Het zaaisysteem van de Makkelijke Moestuin

In een Makkelijke Moestuin zaai je de groentes niet in rijtjes, maar in vakken. Meteen op de juiste plek en op de juiste afstand van elkaar. Ook zet je zoveel mogelijk verschillende soorten groentes in één bak en doe je vanzelf aan wisselteelt.    
In een Makkelijke Moestuin zet je veel verschillende groentes in één moestuinbak
Veel verschillende groentes in één moestuinbak

Waarom levert het MM-zaaisysteem zo veel op?

Onze grootste moestuinbak - met 16 vakken - heeft een afmeting van 120 x 120 cm. Die neemt dus niet eens zoveel ruimte in, maar toch haal je daar een enorme oogst uit. Dat komt omdat je niet zomaar zaait, maar werkt met een systeem.

Zo kies je altijd zaden en kruiden die veel opleveren, zaai je op de juiste tijd van het jaar, houd je rekening met de hoogte van de plant, zet je in elk vak een andere groente, én geef je je planten precies genoeg ruimte. 

Best lastig? Welnee, dat heb je zo onder de knie. En gebruik je onze MM-app, dan hoef je daar niet eens over na te denken, want die doet dat voor je:
De MM-app vertelt je precies wanneer, waar en hoe je moet zaaien.
Toch is het wél handig dat je snapt waarom we dit doen. Dus loop ik alle punten even langs. 

1. Groentesoorten waar je veel van kunt oogsten

In een moestuinbak kun je allerlei groentes en kruiden telen. Maar als je echt veel wilt oogsten, dan ga je voor soorten die snel en makkelijk groeien, zo min mogelijk ruimte innemen, en waar je zo lang mogelijk plezier van hebt. En uiteraard moeten ze veel lekkerder zijn dan de groentes uit de supermarkt.

Veel van onze eigen groentes lijken doodnormaal, maar zijn dus best bijzonder. 

Zo groeit onze courgette omhoog aan een klimrek, worden de radijzen megagroot, en gebruik en onze palmkool en maai-boerenkool maar één vak van 30x30 cm. Terwijl je voor de meeste koolsoorten al snel een vierkante meter nodig hebt. 
Palmkool, reuzenradijs en klimmende courgette nemen maar weinig ruimte in maar geven veel oogst.
Palmkool, reuzenradijs en klimmende courgette.
Voor sla geldt hetzelfde. Kijk maar naar onze pluksla: die vult het hele vak, maar je kunt er extreem veel blad van oogsten. En omdat de planten dan van binnenuit gewoon doorgroeien, heb je er ook lang plezier van.
Pluksla: Crispy, eikenblad, rode botersla en groene Batavia
Pluksla: Crispy, eikenblad, rode botersla en groene Batavia
Dit zijn maar een paar voorbeelden, maar de ene of de andere soort maakt dus echt wel verschil. 

Zelf zijn we daarom altijd op zoek naar de beste soorten. En hebben we er weer een gevonden, dan staat die al snel in onze shop én in de app. 

2. Zaaien op de juiste tijd van het jaar

Sommige planten hebben warmte nodig om goed te groeien en anderen kunnen daar juist weer niet zo goed tegen. 

Zaai je midden in de winter, dan gebeurt er niks: veel te koud en te donker. Maar zaai je midden in de zomer, dan doen sommige groentes het ook niet zo goed omdat het te warm is. 

Bonen houden wel van warmte. Die zaai je dus in mei en juni. Dan groeien ze goed en pluk je vanaf juli de lekkerste bonen:
Snijbonen oogst je van juli tot september
Snijbonen oogst je van juli tot september
Veldsla en spinazie houden juist van wat koeler weer en doen het in de zomer minder goed. 

Rucola maakt het niets uit: die kan vanaf begin maart tot en met september. En winterpostelein zaai je weer prima in de herfst: daar oogst je dan de hele winter van. 
Veldsla, meiraapjes, rucola en winterpostelein
Echte zomergroentes - zoals tomaten en courgettes - kunnen al helemaal niet tegen kou en hebben als klein plantje best veel warmte nodig. Daarom kweek je die eerst binnen op en zet je ze pas eind mei buiten. 
Gele snacktomaat en courgette zijn echte zomergroentes
Gele snacktomaat en courgette zijn echte zomergroentes

3. Hoogte van de planten bepaalt de plek in de bak

Planten hebben zonlicht nodig. Staan ze in de schaduw van hogere planten, dan groeien ze niet goed.

Om die schaduw te voorkomen zetten we een klimrek altijd aan de noordkant van de moestuinbak en wijst de voorkant naar het zuiden.
Een klimrek op een Makkelijke Moestuinbak zet je altijd aan de noordkant
Het klimrek staat altijd aan de noordkant van je bak
Dan zetten we de plantjes van laag naar hoog in de bak. De laagste plantjes komen vooraan - aan de zuidkant - en de hoogste achteraan. 

Hieronder zie je hoe dit werkt met een bak van 16 vakken, maar dit principe geldt ook voor bakken met een andere afmeting.
Zet lage groentes voor in je moestuinbak, de hogere meer naar achter of bij het klimrek
Lage planten vooraan, hogere meer naar achter
Op onze zadenzakjes staat de maximale hoogte aangegeven. 

Gebruik je de app, dan kies je een vak dat je in wilt zaaien en geeft de app je aan welke groentes daar het beste in passen. 

4. In elk vak een andere groente

Zet je in elk vak een andere groente, dan teel je op een klein oppervlak veel verschillende soorten. 

Dat ziet er niet alleen leuk uit, maar voorkomt ook dat je té veel van hetzelfde zaait en alles tegelijkertijd moet oogsten. Op deze manier spreid je automatisch je oogst.
Volle Makkelijke Moestuinbakken met in elk vak een andere groente
Volle moestuinbakken met in elk vak een andere groente
Maar je hebt ook meteen minder last van ziektes en plagen. Ongedierte heeft namelijk altijd een voorkeur voor sommige planten en weer een hekel aan andere. Door alles door elkaar te zetten, zullen ze minder snel toeslaan. 

Zet je er dan ook nog soorten tussen die nuttige insecten aantrekken, dan ben je dubbel goed bezig. Want die helpen ook mee.
De dropplant trekt bijen en zweefvliegen aan (én is lekker in de thee)

Plantenfamilies en wisselteelt

Maar er is nog iets. Want zet je planten van dezelfde plantenfamilie telkens in hetzelfde stuk grond, dan doen ze het steeds minder goed, worden ze zwakker en krijgen ze ook eerder last van ziektes en plagen. 

Tuinders met een gewone moestuin maken daarom uitgebreide schema's om hun gewassen in de loop van de jaren op verschillende plekken neer te zetten. Dat noem je wisselteelt.

Bij de Makkelijke Moestuin doen we dat anders. Daar heeft elke familie een ander kleurtje:
  1. Blad: Sla, Spinazie, Snijbiet
  2. Vlinderbloem: Boontjes, peultjes, sugarsnaps
  3. Nachtschade: Tomaat, Aardappel
  4. Kruisbloem: Broccoli, Kool, Rucola, Radijs
  5. Vrucht: Snackkomkommer, Klimcourgette, Baby Pompoen
  6. Wortel: Lente-ui, Wortel, Bieten
Omdat de bovenste balk van onze zakjes zaden ook zo'n kleurtje heeft, weet je in één oogopslag bij welke familie de planten horen. 

Zet jij die nu zoveel mogelijk door elkaar - en zet je niet 2x dezelfde familie achter elkaar in hetzelfde vak - dan doe je vanzelf aan een soort wisselteelt.

Ook daar helpt de app bij. Want als jij daarin een vak bietjes (oranje) leeg-oogst en je dat opnieuw wilt inzaaien, dan stelt de app je een groente voor met een ander kleurtje. Sla bijvoorbeeld, want die hoort bij de groene familie.


Rode bietjes horen bij de familie van wortels en knollen
Rode bietjes horen bij de wortelfamilie
Zo voorkom je de meeste problemen en doen al je plantjes het goed.

Aan het eind van het jaar - of in het begin van het seizoen - haal je het raster weg en schep je de mix in je bak flink door elkaar. Dan begin je in het nieuwe jaar weer from scratch.

5. Zaai meteen op de juiste afstand

De vakken van 30x30 cm zijn precies groot genoeg om al onze groentes in te zetten. Grote planten hebben meer ruimte nodig - daarvan past er maar één in een vak - maar bij kleine plantjes passen er meer in. 

Bijna alle groentes kun je onderverdelen in de maten:

Als jij ze meteen op de juiste afstand van elkaar zaait of plant, dan krijgen ze genoeg ruimte om uit te groeien. Bovendien hoef jij ze dan later niet of nauwelijks meer uit te dunnen of te verplanten. Dat scheelt niet alleen werk, maar óók zaadjes.

Op de zakjes Makkelijke Moestuinzaden staat met een vierkantje aangegeven hoeveel van die groenteplantjes in een vak passen: 
Gebruik je de app, dan geeft die het ook allemaal aan. 

6. Lege vakken zaai je meteen weer in

Zodra je een vak helemaal leeg-oogst, dan maak je het meteen weer klaar voor de volgende ronde. Zo houd je de vakken het hele moestuinseizoen gevuld en maak je optimaal gebruik van ruimte in je bak. 

De foto hieronder is van eind juni. De laatste sugarsnaps zijn net geoogst, de planten uit het vak gehaald, en in veel van de voorste vakken staat al een tweede ronde:  
Vakken in je moestuinbak leeg-geoogst? Dan zet je er meteen weer iets nieuws in.
Vakken leeg-geoogst? Dan zet je er meteen weer iets nieuws in.
Werkt het weer een beetje mee, dan kun je vanaf 1 maart beginnen met de eerste zaai en daarmee doorgaan tot oktober. 

In sommige vakken groeien per jaar dus wel drie of vier verschillende groentes. 

Get tips & tricks in your inbox

When you sign up, I’ll send you the top 3 things beginners get wrong. And how you can get it right.

We care about the protection of your data. Read our Privacy Policy