Het zaaisysteem van de Makkelijke Moestuin
Waarom levert het MM-zaaisysteem zo veel op?
Zo kies je altijd zaden en kruiden die veel opleveren, zaai je op de juiste tijd van het jaar, houd je rekening met de hoogte van de plant, zet je in elk vak een andere groente, én geef je je planten precies genoeg ruimte.
Best lastig? Welnee, dat heb je zo onder de knie. En gebruik je onze MM-app, dan hoef je daar niet eens over na te denken, want die doet dat voor je:
1. Groentesoorten waar je veel van kunt oogsten
Veel van onze eigen groentes lijken doodnormaal, maar zijn dus best bijzonder.
Zo groeit onze courgette omhoog aan een klimrek, worden de radijzen megagroot, en gebruik en onze palmkool en maai-boerenkool maar één vak van 30x30 cm. Terwijl je voor de meeste koolsoorten al snel een vierkante meter nodig hebt.
Zelf zijn we daarom altijd op zoek naar de beste soorten. En hebben we er weer een gevonden, dan staat die al snel in onze shop én in de app.
2. Zaaien op de juiste tijd van het jaar
Bonen houden wel van warmte. Die zaai je dus in mei en juni. Dan groeien ze goed en pluk je vanaf juli de lekkerste bonen:
Rucola maakt het niets uit: die kan vanaf begin maart tot en met september. En winterpostelein zaai je weer prima in de herfst: daar oogst je dan de hele winter van.
3. Hoogte van de planten bepaalt de plek in de bak
Om die schaduw te voorkomen zetten we een klimrek altijd aan de noordkant van de moestuinbak en wijst de voorkant naar het zuiden.
Gebruik je de app, dan kies je een vak dat je in wilt zaaien en geeft de app je aan welke groentes daar het beste in passen.
4. In elk vak een andere groente
Dat ziet er niet alleen leuk uit, maar voorkomt ook dat je té veel van hetzelfde zaait en alles tegelijkertijd moet oogsten. Op deze manier spreid je automatisch je oogst.
Zet je er dan ook nog soorten tussen die nuttige insecten aantrekken, dan ben je dubbel goed bezig. Want die helpen ook mee.
Plantenfamilies en wisselteelt
Tuinders met een gewone moestuin maken daarom uitgebreide schema's om hun gewassen in de loop van de jaren op verschillende plekken neer te zetten. Dat noem je wisselteelt.
- Blad: Sla, Spinazie, Snijbiet
- Vlinderbloem: Boontjes, peultjes, sugarsnaps
- Nachtschade: Tomaat, Aardappel
- Kruisbloem: Broccoli, Kool, Rucola, Radijs
- Vrucht: Snackkomkommer, Klimcourgette, Baby Pompoen
- Wortel: Lente-ui, Wortel, Bieten
Zet jij die nu zoveel mogelijk door elkaar - en zet je niet 2x dezelfde familie achter elkaar in hetzelfde vak - dan doe je vanzelf aan een soort wisselteelt.
Ook daar helpt de app bij. Want als jij daarin een vak bietjes (oranje) leeg-oogst en je dat opnieuw wilt inzaaien, dan stelt de app je een groente voor met een ander kleurtje. Sla bijvoorbeeld, want die hoort bij de groene familie.
5. Zaai meteen op de juiste afstand
Bijna alle groentes kun je onderverdelen in de maten:
- Klein: 16 plantjes zoals Radijs
- Medium: 9 medium plantjes zoals Rode bieten
- Groot: 4 grote planten zoals Paksoi
- XL: 1 grote plant zoals Palmkool
Als jij ze meteen op de juiste afstand van elkaar zaait of plant, dan krijgen ze genoeg ruimte om uit te groeien. Bovendien hoef jij ze dan later niet of nauwelijks meer uit te dunnen of te verplanten. Dat scheelt niet alleen werk, maar óók zaadjes.
Op de zakjes Makkelijke Moestuinzaden staat met een vierkantje aangegeven hoeveel van die groenteplantjes in een vak passen:
6. Lege vakken zaai je meteen weer in
De foto hieronder is van eind juni. De laatste sugarsnaps zijn net geoogst, de planten uit het vak gehaald, en in veel van de voorste vakken staat al een tweede ronde:
In sommige vakken groeien per jaar dus wel drie of vier verschillende groentes.
Next
Maar wat ik je nog niet liet zien, is het zaaien zelf. Dus op naar: