Waar zet je welke groente en hoe zit dat met wisselteelt?

In de Makkelijke Moestuin zaai je zo dat de planten nooit in elkaars schaduw staan. Zet je de plantenfamilies zoveel mogelijk door elkaar, dan doe je vanzelf aan een soort wisselteelt.

Om dat voor elkaar te krijgen, ga je vóór je een groente in een leeg vak zet, een paar punten langs:

1. De hoogte van de plant / plek in bak

Planten hebben zonlicht nodig. Staan ze in de schaduw van hogere planten, dan groeien ze niet goed.
Plaats je moestuinbak zó dat je planten nooit in elkaars schaduw staan.
Let goed op hoe je je moestuinbak neer zet.
Om die schaduw te voorkomen zetten we de voorkant van de moestuinbak naar het zuiden.

Dan zetten we de plantjes van laag naar hoog in de bak.

Hieronder zie je hoe dit werkt met een bak van 120 x 120 cm, maar dit principe geldt ook voor bakken met een andere afmeting.
Zet lage groentes voor in je moestuinbak, hogere meer naar achter
Lage planten vooraan, hogere meer naar achter
Op de zakjes van de Makkelijke Moestuinzaden staat precies welke vakken je voor de groente kan gebruiken.
Op zakjes zaden van anderen staat meestal ook wel aangegeven hoe hoog de planten worden. Daarmee bepaal je zelf het juiste vak.

2. De tijd van het jaar

Tomaten doen het nu eenmaal niet in februari en voor spinazie is het in de zomer te warm. Daarom hou je met het zaaien rekening met wanneer groentes het het beste doen.
Tomaten eind juni aan klimrek in Makkelijke Moestuin
Tomaten aan het klimrek, eind juni
Gelukkig staat op alle zakjes zaden aangegeven wanneer je ze het beste kunt zaaien. Hou je je daaraan dan kan het bijna niet misgaan.

3. De plantenfamilie en wisselteelt

Planten kan je onderverdelen in plantenfamilies.

Tuinders weten al heel lang dat als je planten van dezelfde plantenfamilie telkens in het zelfde stuk grond zet, ze het steeds minder goed gaan doen. Dan heb je ook meer kans op ziektes en plagen.

In een gewone moestuin maakt men daarom allerlei schema's om gewassen in de loop van de jaren op verschillende plekken neer te zetten.

Zo komen op het stuk grond met alle kroppen sla het volgende jaar de koolsoorten te staan. Dan volgen de courgettes, het jaar daarop de wortelgewassen, dan de bonen, enz. enz.

Je noemt dat wisselteelt en ik vind het knap ingewikkeld.

'Wisselteelt' in de Makkelijke Moestuin

Bij de Makkelijke Moestuin doen we dat anders. Daar hebben we elke familie een ander kleurtje gegeven:
Plantenfamilies hebben in de Makkelijke Moestuin hun eigen kleur
Omdat onze zakjes zaden die kleurtjes hebben, weet je in één oogopslag bij welke familie de groentes horen.
Zet jij de kleurtjes nu zoveel mogelijk door elkaar, en zet je niet 2 x hetzelfde kleurtje achter elkaar in hetzelfde vak, dan doe je vanzelf aan een soort van wisselteelt. Zonder dat je erbij na hoeft te denken.

Dus als je een vak bietjes (oranje) leeg oogst, zet je er daarna een groente in met een ander kleurtje. Sla bijvoorbeeld, want die hoort bij de groene familie. Oogst je dát dan weer, dan kan je er ook weer een plantje uit de oranje familie in zetten.

Zo voorkom je de meeste problemen en doen al je plantjes het goed.

Aan het eind van het jaar - of in het begin van het seizoen - haal je het raster weg en schep je de mix in je bak flink door elkaar.

Zo begin je in het nieuwe jaar weer from scratch.

4. Hoeveel planten in een vak

Op de voorgaande pagina heb ik het er al een beetje over gehad: in één zo’n vak van 30 bij 30 cm passen verschillende afmetingen plantjes.

Je zet ze meteen op de juiste afstand van elkaar zodat ze genoeg ruimte hebben om uit te groeien en jij ze later niet meer hoeft te verplanten.

Bijna alle groentes kan je in 4 maten onderverdelen:
Op de zakjes Makkelijke Moestuinzaden, op de zaaikalender in het boek en in de Makkelijke Moestuin app, staat met een vierkantje aangegeven hoeveel van die groenteplantjes in een vak passen, waar je je gaatjes prikt en hoe diep die moeten worden.
Op andere zakjes zaad zoek je op hoeveel afstand je tussen de volwassen plantjes moet aanhouden. Daarmee kan je zelf uitrekenen hoeveel er in een vak passen.

Weet je wat je in het lege vak gaat zetten, dan is het tijd om te bepalen hoe je dat gaat doen: