Plaagdieren in de moestuin: van luis tot engerling

Luizen, mieren, slakken, rupsen, engerlingen en mineervliegen: het is maar een kleine greep van beestjes die je liever niet in je moestuin ziet.

Maar vóór je meteen naar allerlei middeltjes grijpt, kijk eerst even of je niet zelf een deel van de oorzaak bent. En wat je daaraan kan doen.
Het actief inzetten van natuurlijke vijanden en gebruiken van - milieuvriendelijke - bestrijdingsmiddelen moet je zien als laatste redmiddel. Vaak is dat in Makkelijke Moestuin helemaal niet nodig.

Gedaan? Mooi, dan gaan we verder met de tips van Kristin. Zij weet veel van natuurlijk tuinieren.
Kristin op inspectietocht
Kristin op inspectietocht
Hieronder vertelt ze wat je bij grote overlast tegen de plagen kan doen:

Bladluizen

Bladluizen kunnen tijdens warme voorjaarsdagen plotseling massaal te voorschijn komen. Ze zuigen plantensappen uit het blad om suikers op te nemen. Omdat ze daarmee de energie wegzuigen uit de plant zal die minder goed groeien.

Van wat ze zelf niet nodig hebben maken de luizen een zoete vloeistof - honingdauw - en zetten dat af op het blad. Daarop ontwikkelt zich vaak zwarte roetschimmel die ook de groei van de plant remt.

Ook mieren zijn dol op de honingdauw en houden de luizen zelfs als een soort vee. Ze stimuleren ze om de honingdauw af te geven en dragen ze over op andere planten.
Mieren houden luizen als vee
Mieren houden luizen als vee
Luizen zijn ook nuttig

Veel roofinsecten eten bladluizen als eerste voedsel in het voorjaar. Later gaan ze over op spint en mijt. Luizen zijn dus ook een belangrijke schakel in de voedselketen.

Hoe beperk je de schade?

1: Haal de bladluizen weg

Pluk ze weg of snijd de aangetaste delen af. Besproei de aangetaste plant herhaaldelijk met een krachtige waterstraal. Let wel op dat je de plant niet beschadigt. Kijk na een aantal dagen of je dode of leeggegeten bladluizen ziet. Dat is een teken dat natuurlijke vijanden al aan het werk zijn. Wacht dan rustig af.

2: Plant vangplanten

Oost-Indische kers, goudsbloem, zuring, moederkruid en vlier trekken zwarte luis aan. Daarmee blijven je andere planten langer gevrijwaard van luizenbezoek.

3: Zet natuurlijke vijanden in

Maak je tuin vriendelijk voor vogels en insecten. Eventueel kun je larven van het tweestippelige lieveheersbeestje of van de inheemse gaasvlieg Chrysopa carnea bestellen. De larven eten grote hoeveelheden bladluizen op.
Goudsbloemen trekken zweefvliegen aan
Goudsbloemen trekken zweefvliegen aan
De larven van zweefvliegen doen hetzelfde. Zweefvliegen zijn dol op goudsbloemen: een reden te meer om deze in of bij je bakken te zetten. Ook de bloemen dille, koriander en venkel trekken ze aan.

Bestrijdingsmiddelen tegen luizen

Gebruik bestrijdingsmiddelen alleen als bovenstaande middelen niet voldoende werken.

Spuitmiddelen gebruik je op de bladluizen en op de onderkant van de bladeren. Spuit nooit in de volle zon want dan kunnen je bladeren verbranden. 

Knoflookspray: Knoflookspray werkt ook tegen luizen. Alleen tomaten en komkommers houden er niet zo van.

Zeepsop: Neem een liter lauwwater en los er een eetlepel ouderwetse groene zeep in op. Voeg na afkoeling eventueel een scheutje alcohol toe.

Neemolie: Natuurlijke olie uit de zaden van een Indische neemboom. Eeuwenoud beproefd middel. Werkt op het vervellingssysteem van zuigende insecten, die daardoor afsterven. Recept: 1% neemolie, 2% zeep en 97% water van 40° C. Goed schudden en een beetje laten afkoelen.

Brandnetelaftreksel: Een paar handenvol gedroogde of verse planten 12-24 uur laten trekken in koud water. Zeven en onverdund spuiten.

Rabarberaftreksel: Een emmer vol vers loof overgieten met kokend water en 12 uur laten staan en goed laten afkoelen.

Diatomeeënspray: meng een eetlepel diatomeeënaarde met een liter water en spuit daar de aangetaste plantendelen mee in. Het is belangrijk dat het mengsel de bladluizen raakt, anders heeft het geen effect. De celiet kleeft aan het schild van de bladluizen en hoe meer de bladluis beweegt, hoe meer het celiet schuurt. Daardoor gaat het schild van de bladluis kapot, verliest de luis zijn vocht en gaat uiteindelijk dood.

Diatomeeënaarde, ofwel celiet

Diatomeeënaarde kan je tegen veel meer schadelijke insecten inzetten.

Het is een poederachtig soort aarde die bestaat uit gefossiliseerde overblijfselen van kleine organismen: diatomeeën. De randen van deze diatomeeën zijn vlijmscherp en schuren daardoor de beschermlaag van insecten af. Omdat het ook zeer sterk vocht opneemt, drogen insecten die er overheen kruipen uit.

Pas op dat je celiet niet inademt of in je ogen krijgt want het heeft een extreem vochtonttrekkende werking. Was ook goed je handen na gebruik.

Rupsen

Rupsen kunnen in korte tijd een plant helemaal kaalvreten.

In een vroeg stadium zie je groene of zwarte keuteltjes en kleine gaatjes in de bladeren. Dan moet je meteen op zoek gaan naar de rupsen en die verwijderen. Sommigen hebben een perfecte schutkleur en zijn daardoor lastig te zien:
Rupsen van het koolwitje hebben een goede schutkleur
Rupsen van het koolwitje hebben een goede schutkleur
Maar: wil je vlinders, dan zal je ook wat rupsen moeten accepteren. Bovendien zijn ze belangrijk voedsel voor vogels en voor sluipwespen, die weer bladluizen eten.

Rupsen eten altijd van een specifieke soort plant. Koolwitjes leggen hun eitjes op koolplanten en van hun rupsen zal je het meeste last hebben.

Mieren

Mieren vreten plantenwortels aan, waardoor de planten verdrogen. Daarnaast verspreiden zij bladluizen. Ook maken ze nesten onder tegels, waardoor die kunnen verzakken. Aan de andere kant beluchten en vermengen zij de bodem, eten organisch afval en zijn zelf weer voedsel voor veel andere dieren.

Bij grote overlast en hele nesten in je bak, kan je ter plekke diatomeeënaarde strooien.

Mineerders

Mineerders zijn larven van vliegen of vlinders die het bladgroen binnenin het blad gaan oppeuzelen. Doordat ze in het blad zelf zitten, zie je ze amper, maar je kunt ze herkennen aan hun vraatsporen: bruine gangen of grote vlekken in het blad.
Aangetast snijbietblad
Aangetast snijbietblad
  • Verwijder het aangetaste blad, vooral bij de bladgroentes.
  • Gebruik de moestuinmuts of plaats insectengaas om op tijd je bak of gevoelige groente af te dekken.
  • Je kan eventueel spuiten met diatomeeënaardespray.
Bij peultjes en erwten kunnen ze minder kwaad: ze tasten alleen het blad aan, niet de peulen.

Engerlingen

Engerlingen zijn larven van bladsprietkevers, zoals mei- en junikever. Ze komen in de zomer en herfst voor. Ze voeden zich onder de grond met wortels van verschillende planten en grassen. De plant gaat dan plotseling verwelken.
Verwelkt kropje sla en de boosdoener
Verwelkt kropje sla en de boosdoener
Zoek bij verwelkte planten naar de larven en graaf ze uit. Kan je 'm niet vinden, stop dan een stuk aardappel in het vak en graaf die een paar dagen later weer op. Grote kans dat ie daar dan in zit.

Bij grote overlast kan je nematoden inzetten. Dat zijn kleine aaltjes die je online kan kopen.

Emelten

Emelten zijn de larven van de langpootmug. Ze komen van herfst tot voorjaar voor.

Ze zijn donkergrijs, 2 - 4 cm lang en voelen leerachtig aan. Ze hebben geen duidelijke kop en rollen zich bij aanraking niet op. Ze slapen overdag onder de grond en komen ’s nachts naar boven om van stengels en bladeren te eten. Dan zie je verwelkte bladeren en kale plekken in het gazon.

Maak de grond ’s nachts nat en leg er zwarte folie op. ’s Ochtends kun je dan de emelten van de folie halen. Gebruik bij grote overlast nematoden.

Pissebedden

Pissebedden zijn afvaleters. Ze komen het hele jaar voor en houden van vochtige donkere hoekjes. Ze zijn waardevol door het opruimen van organisch afval, maar vreten ook wel van aardbeien en wortels van jonge zaailingen.

Gebruik een uitgeholde aardappel om ze te vangen en te verplaatsen.

Bonenvlieg

Bonenvlieg verschijnt in april en mei en legt haar eitjes op de jonge bonenzaailingen. De kiemblaadjes krijgen bruine vraatsporen, de groeipunt van de plant is eruit gegeten, waardoor de plant niet meer verder kan groeien.

Kweek de bonen in potjes binnen voor en plant ze in de bak als het buiten warm genoeg is en de planten ongeveer 3 bladeren hebben.

Zaai je direct in de grond, dek die dan af met bijvoorbeeld de moestuinmuts van vliesdoek of insectengaas.

Koolvlieg

De koolvlieg legt haar eieren vooral tussen half mei en half juni. Ze doet dat precies op de overgang tussen de wortels en de stengel van koolplanten, radijs, rammenas en andere kruisbloemigen.

De larven zijn wit en tot 1 cm lang en kunnen zich maximaal 3 cm verplaatsen. Ze vreten aan de wortels, waardoor die op den duur geen water meer naar de stengel kunnen transporteren. De plant komt dan los te staan en sterft af.
  • Dek de bak af met de moestuinmuts of insectengaas.
  • Plaats koolkragen rondom je koolplanten, zodat de vliegen geen eieren op de wortel kunnen leggen. Die kun je zelf maken van karton of oude fietsbinnenbanden, door een vierkant of cirkel van 10 cm diameter te knippen en daarvan een zijkant in de knippen, zodat je hem om de stengel van de kookplaat kunt plaatsen.
  • Verwarring scheppen door veel verschillende sterk geurende planten in en rondom de bak te zetten helpt ook.

Wortelvlieg

Wortelvlieg legt eieren aan de voet van de planten van peterselie, dille, koriander en karwij. De larven vreten gangen in de wortels en stengels.

  • Oogst je vak wortelen altijd helemaal leeg. In overgebleven wortelen kan de vlieg makkelijk overwinteren.
  • Gebruik de moestuinmuts of insectengaas.
  • Maak gebruik van geur door in de buurt knoflook, ui, sjalot of prei te planten.
  • Gebruik bij het uitdunnen een schaar, om zo min mogelijk planten te beschadigen en geurstoffen vrij te laten komen.

Bladhaantjes (kevers)

Bladhaantjes zijn kevers met een prachtig glimmend dekschild. Elk haantje heeft een voorkeur voor een bepaalde plantengroep. Zo vind je het goudhaantje alleen op munt:
Goudhaantjes op de munt
Goudhaantjes op de munt
Larven en volwassen kevers eten van dezelfde planten. Ze eten van de bovenkant van het blad of maken er gaten in.

De beste manier om een plaag te voorkomen is om in voorjaar en zomer naar de kevers en larven op zoek te gaan en ze te verwijderen.

Aardvlooien (springende kevertjes)

Zie je kleine gaatjes in het blad van je radijs, rucola, biet of koolplanten? Dan heb je waarschijnlijk te maken met aardvlooien.

Dat zijn kleine kevertjes - soms maar 1,5 mm groot - die je amper ziet, maar die je wel ziet wegspringen als je het blad aanraakt. Vandaar de naam vlooien.

Ze komen vooral veel voor in het voorjaar en in de zomer, bij warm en droog weer. De kevers eten kleine ronde gaatjes het blad, maar maken ook gangen in de radijsjes en bieten. Kleine kiemplantjes kunnen daardoor afsterven

De oplossing? Hou je mix goed vochtig, dat vinden ze niet fijn. Bij een grote plaag kan je een plankje aan een kant insmeren met lijm (behangersplaksel of zo) en daarmee vlak boven de plantjes bewegen. Bij het opspringen blijven de kevertjes dan hopelijk plakken. 😉

Oorkruipers of oorwormen - vaak een zegen

Oorkruipers worden vaak onterecht gezien als schadelijk voor je moestuin, maar meestal is het juist het tegendeel. Ze ruimen dood blad op en eten luizen en eitjes van insecten, o.a. die van het koolwitje.

Wil je ze toch weglokken van je moestuinbak? Vul dan een potje met stro, hang dat omgekeerd aan een stok bij je bak, en leeg dat na een paar dagen op een andere plek. Hier lees je er meer over.

Om het verhaal af te ronden

Zo, nu heb je oplossingen voor de plaagdieren waar MM-ers af en toe mee te maken krijgen. Kristin koos ze uit omdat ze vragen tegenkwam op de community. Maar zoals al eerder gezegd: in een Makkelijke Moestuin heb je er meestal niet zoveel last van.
Gats: een slak op een MM-mini
Gats: een slak op een MM-mini
Mocht je de slakken missen in dit overzicht: daar heb ik een heel hoofdstuk aan gewijd. Want helaas hebben de meeste MM-ers daar wél mee te maken.
Succes!
Geraadpleegde literatuur: Plaagdierboek. S. Peters, L. Stekelenburg, Velt. Uitgeverij Trichis, 2018